Skip navigation MENU

De tulpen van tante Lien – door Ecoloog Cor Heidenrijk

Geplaatst op 10-12-2018 in Nieuws.

Tante Lien, een tante van mijn vrouw, was in de jaren 20 van de vorige eeuw geboren op een boerderij in de omgeving van Zwolle. Zij vertelde ons dat zij als klein meisje in het voorjaar, rond Pasen, in de weilanden ‘tulpen’ ging plukken. Voor haar moeder, oma en voor wie ze maar wilde hebben. Met emmers vol kwam ze thuis. Die ‘tulpen’ van tante Lien waren in werkelijkheid kievitsbloemen (fritillaria meleagris).

De kievitsbloem is in het wild in Nederland een zeer zeldzaam voorkomend bolgewas geworden. De hoeveelheden bloemen, die tante Lien uit haar jeugd kende, zijn er niet meer. Maar de omgeving rond Zwolle, langs de oevers van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, is nog wel een belangrijke groeiplaats van de wilde kievitsbloem. Ongeveer tachtig procent van alle Nederlandse kievitsbloemen staat hier. 

Het plantje heeft een tere stengel met smalle blaadjes, die een aantal maanden na de bloei in april afsterft. De bloem heeft paars geblokte bloemblaadjes, maar soms is de bloem wit. De planten doen er acht jaar over om in bloei te komen. De zaden verspreiden zich drijvend op het water. De plant is voor de verspreiding dan ook afhankelijk van overstromingen en een hoge waterstand in de winter. Van oudsher komen kievitsbloemen voor in gebieden met klei-op-veen. De planten kunnen slecht tegen overbemesting en veranderingen aan het grondwaterpeil.

Ook aan de westkant van de IJssel, in de Hattemerpoort, staan op een paar plaatsen nog wilde kievitsbloemen. Door op een paar plaatsen het maaiveld af te graven, verwijderen we de fosfaatrijke bovenlaag. De vochtige hooilanden, die daardoor ontstaan zijn geschikt voor een grotere populatie wilde kievitsbloemen. Wie weet zit op die afgegraven plaatsen nog wat zaad in de grond en kunnen we binnen een aantal jaren kievitsbloemen zien bloeien.